Brief aan minister vogelaanvaring; 29-01-2019

Your Title Goes Here

Your content goes here. Edit or remove this text inline or in the module Content settings. You can also style every aspect of this content in the module Design settings and even apply custom CSS to this text in the module Advanced settings.

 

Betreft: Lelystad Airport, ondeugdelijk vogelonderzoek groot risico voor vliegveiligheid.

Excellentie,

Lelystad Airport is gelegen op minder dan zes km vanaf het bijzondere Staatsnatuurmonument, met Europees diploma, ‘de Oostvaardersplassen’. Het is één van de meest belangrijke en dynamische vogelgebieden van Nederland. Dit natuurgebied herbergt niet alleen een grote aalscholverkolonie, maar is ook een pleisterplaats van andere soorten zoals eenden, steltlopers, meeuwen, tienduizenden ganzen en honderdduizenden spreeuwen (zie bijlage 1).

Wanneer spreeuwen, elk 50 gram, in zeer dichte zwermen vliegen kunnen ze de luchtinlaat van ‘zelfs’ een groot vliegtuig als een Hercules verstoppen. Dit was de oorzaak van de bekende Herculesramp op Eindhoven Airport met34 doden(zie https://aviation-safety.net/database/record.php?id=19960715-0&lang=nl).

Bij de Oostvaardersplassen is dagelijks migratie van duizenden ganzen van slaapplaatsen naar foerageergebieden en weer terug. Dit natuurverschijnsel brengt voor het luchtverkeer niet te onderschatten gevaren voor de vliegveiligheid met zich mee. Deze zijn niet te elimineren door olifantengras in de akkers rond Lelystad Airport te planten, zoals dat bij Schiphol gebeurt.

Terwijl er rondom Schiphol sprake is van veel kleinere aantallen ganzen, kost het zelfs daar erg veel moeite de aantallen ganzen te beperken. Het vangen en vergassen van ganzen, zoals dat daar tegenwoordig gebeurt, is als water naar de zee dragen. Wat gaan de veel grotere aantallen ganzen straks bij Airport Lelystad voor het vliegverkeer betekenen?

De vliegprocedures bij Lelystad Airport zijn anders dan de gebruikelijke in Nederland en de rest van de wereld. Omdat vliegverkeer van en naar Lelystad Airport onder de CTA (lees paraplu) van Schiphol moet blijven om interferentie met dat vliegverkeer te voorkomen, zijn lange laagvliegroutes bedacht met een lengte van ruim 100 km. Vliegtuigen vliegen hier over met hoog motorvermogen, dus meer brandstofgebruik, meer lawaai en uitstoot van schadelijke stoffen, op een vlieghoogte van zo’n 1.800 meter. Miljoenen trekvogels vliegen in hetzelfde luchtruimte op een vlieghoogte (tot 3.000 meter) en passeren de geplande laagvliegroutes voor Lelystad Airport. Dit brengt niet alleen gevaren met zich mee voor de vliegtuigen, de crews en de passagiers maar ook voor de bewoners op de grond. (zie bijlage 2 en 3)

De mogelijke gevaren van dit laagvliegen over grote afstanden in combinatie met de routes van trekvogels zijn niet goed onderzocht.

In het rapport Vormen vliegbewegingen van lokale vogels en trekkende vogels een risico voor het luchtverkeer van en naar Lelystad Airport?”,voor de MER van Bureau Waardenburg wordt ten onrechte geconcludeerd dat “de start- en landingsprocedures van vliegveld Lelystad niet tot een sterk verhoogd veiligheidsrisico voor het luchtverkeer”leiden.

In het “Rapport vliegveiligheid ten gevolge van aanvaringen met vogels”, eveneens van Bureau Waardenburg, ten behoeve van de geactualiseerde MER Lelystad Airport, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een duidelijk verhoogd risico voor het luchtverkeer van en naar Lelystad op hoogtes tussen 1.800 m en 3.200 m”.Dat is wat anders dan de vliegveiligheid direct rond de luchthaven. Vervolgens concludeert Waardenburg“Hierbij geldt ook dat vliegtuigen en motoren zoals die door de burgerluchtvaart worden gebruikt, minder kwetsbaar zijn voor aanvaringen dan een deel van de toestellen in het militaire verkeer” (Zie bijlage 4 en link https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-834069.pdf ).

Deze conclusie is uit de lucht gegrepen en de kwaliteitsindicatie van vliegtuigmotoren is niet feitelijk onderbouwd en past niet in een onderzoek dat over vogels handelt).

Op 12 april 2018 stuurde de Werkgroep Laagvliegroutes Friesland Nee een waarschuwing naar de Commissie voor de Milieueffectrapportage, te weten secretaris dr. J. Lembrechts. (Zie bijlage 5) Hierin werd aangegeven dat het rapport “Vormt vogeltrek een risico voor het luchtverkeer van en naar Lelystad Airport?” (van Bureau Waardenburg), slechts een beschrijvende literatuurstudie is, die ernstige fouten en tekortkomingen bevat. Voor dit vogelonderzoek, uitgevoerd t.b.v. de actualisatie MER Lelystad Airport werd gewerkt met data van de KNMI weerradar te De Bilt. Deze radar heeft een reikwijdte van slechts 5 tot 25 km*. In voornoemd rapport wordt ten onrechte geclaimd dat daarmee vogelbewegingen kunnen worden waargenomen rond het hemelsbreed 50 km verderop gelegen vliegveld Lelystad. (zie bijlagen 6 en 7)

*Bron: “Dokter et al. 2010, Bird migration flight altitudes studied by a network of operational weather radars” (Zie bijlage 8).

In de gepubliceerde MER d.d. 17 april 2018 werden onder punt 7.4.1. deze foutieve conclusies van Bureau Waardenburg integraal overgenomen. Wellicht was het voor de Commissie MER onmogelijk om op korte termijn (van 12 april 2018 – toen het bericht vanuit Friesland bij de Commissie binnenkwam – tot het uitreiken van het MER rapport op 17 april j.l. aan de minister) de aangedragen nieuwe feiten te controleren en door te voeren in de geactualiseerde MER of een inlegvel met een melding hiervan te produceren!

Op 14 mei 2018 belde ik dr. Johan Lembrechts n.a.v. mijn brief van 13 mei 2018 inzake de vogeltrek en het vogelrisico voor passagiersvliegtuigen inzake Lelystad Airport.

Essentie van onze conversatie: Lembrechts: “De Werkgroep MER Lelystad Airport is opgeheven! Het in april 2018 toegezonden materiaal is in de werkgroep besproken: er is overwogen dit bericht in het MER rapport als voetnoot op te nemen. Uiteindelijk hebben we besloten dat niet te doen en het rapport Bureau Waardenburg te aanvaarden…….”.

Ik heb uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor de risico’s van het voor lange tijd laag vliegen over Nederland, gelet op de trek van miljoenen vogels die de geplande laagvliegroutes voor Lelystad Airport kruisen. Daar is door de Commissie MER niets mee gedaan!

Op 9 november 2018 volgde een gesprek op het ministerie van I & W met de Projectdirecteur Lelystad Airport en drie van zijn medewerkers, waarvan notulen zijn gemaakt (zie bijlage 9).

Bureau Waardenburg heeft, met name, met radar onderzoek gedaan naar de breedfront vogeltrek en niet naar de gestuwde vogeltrek op lagere hoogte die op locaties als de randmeren en de IJsselmeerkust plaatsvindt. Vier citaten uit deze notulen van dit gesprek:

  • In het onderzoek is onvoldoende rekening gehouden met gebieden met hoge concentraties grote vogels, zoals de ooievaarkolonie bij Steenwijk die zich richting zuiden aan het uitbreiden is en het Vechtdal een gebied met veel ganzenbewegingen. Deze dagelijkse ganzenbeweging gaan richting noord-zuid en omgekeerd;
  • Onderzoek naar gedrag van vogels ontbreekt. Hierbij kan gedacht worden aan het patroon van dagelijkse vliegbewegingen en hoe vogels reageren op vliegtuigen;
  • De wijze waarop het radaronderzoek is uitgevoerd levert geen geschikte informatie op. Het onderzoek levert een te beperkt beeld om uitspraken te doen over de vogeltrek. De relatie tussen vogelvolume en bewegingen is niet in beeld gebracht. Dit kan niet worden gemeten met de gebruikte weerradar van het KNMI. Bovendien zijn alleen data van één radar gebruikt. Om een goed beeld van de vogeltrek en vogelbewegingen te krijgen zouden meerdere radars moeten worden ingezet in combinatie met een warmtebeeldcamera;
  • Operationeel gezien zou het militaire vogeltrek waarschuwingssysteem ook civiel moeten worden gebruikt. De operationele consequenties van het aanpassen aan de vogeltrek zijn zeer beperkt omdat grote vogelconcentraties zich slechts gedurende een zeer beperkte tijd voordoen.

Voorbeeld van een vogelbotsing: Op 6 juni 2010 kwam een Boeing 737 van Royal Air Maroc kort na de start vanaf Schiphol in aanvaring met Canadese ganzen, waardoor de linker straalmotor uitviel. Het vliegtuig vloog daarna rakelings over Haarlem, miste op een haar de KPN toren, om vervolgens toch nog veilig een noodlanding te maken op Schiphol.

(Zie Emergency landing Royal Air Maroc, Amsterdam Schiphol Airport, 6 … )

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) maakte n.a.v. deze bijna ramp een rapport met aanbevelingen voor de minister van Infrastructuur en Milieu, verantwoordelijk voor de vliegveiligheid(Zie bijlage 6).

Enkele citaten uit dit rapport :

  1. voortvarend regie te nemen bij het terugdringen van het vogelaanvaringsrisico;
  2. het belang van luchtvaartveiligheid te waarborgen in beleidsdomeinen die het vogelaanvaringsrisico mede beïnvloeden door een afdwingbaar noodinstrumentarium te creëren waarmee kan worden ingegrepen als het risico van een vogelaanvaring te groot wordt;
  3. onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor technische maatregelen die de kans op vogelaanvaringen verminderen.

In de reactie d.d. 12 juni 2012 van de Staatssecretaris van I & M aan de Onderzoeksraad voor de Veiligheid inzake het rapport van aanbevelingen rapport “Noodlanding na vogelaanvaring Boeing 737-4B6, Amsterdam Schiphol Airport, 6 juni 2010” staat o.a.: (Zie bijlage 10)

Ad 1. “…..Ik ben het met u eens dat door de aanwezigheid van grote aantallen ganzen in de directe omgeving van de luchthaven gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.…… Naar aanleiding van het advies heb ik besloten om het voorzitterschap te beleggen bij het ministerie van I en M, in plaats van een onafhankelijk voorzitter. Hiermee wordt benadrukt dat ik me verantwoordelijk weet voor de centrale regie.”

Ad. 4 “In reactie op de aanbeveling inzake mogelijkheden voor technische maatregelen kan ik u meedelen dat in 2012 wordt gestart met de proefopstelling van vogeldetectie langs de Polderbaan, waardoor vliegende ganzen hopelijk vroegtijdig gedetecteerd kunnen worden. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de uitwerking van de wijze waarop de informatie moet doorwerken in de feitelijke operatie en de grondslagliggende verantwoordelijkheids-verdeling buitengewoon complex is”aldus de Staatssecretaris.

Aan alle genoemde aanbevelingen is bij de planning voor uitbreiding van Lelystad Airport geen enkel gehoor gegeven.

In oktober 2017 zijn gedurende twee weken vogelwaarnemingen gedaan in de Oostvaardersplassen met de Robin radar om meer inzicht te krijgen in de aantallen vogels en hieruit ook vliegbewegingen te kunnen traceren. De aantallen vogels bleken gigantisch. (zie bijlage 1)

Zo’n radar onderzoek om de vliegbewegingen van vogels rond Lelystad Airport te kunnen vaststellen zou natuurlijk deel uit moeten maken van de MER van dit vliegveld.

Meer vogel onderzoek ten noorden van Lelystad is dringend gewenst, zeker als nog gebruik van de air defence radar in Friesland moet/kan worden gemaakt (deze sluit binnenkort). Nog beter is een onderzoeksprogramma met een mobiele MAX radar van ROBIN BV in combinatie met een warmtebeeld camera.

Wij maken ons als SATL ernstige zorgen over de vliegveiligheid van de geplande laagvliegroutes van en naar Lelystad Airport, dit vanwege de niet uitgesloten kans op birdstrikes met alle gevolgen voor zowel vliegtuigpassagiers, vliegtuigcrew als de mensen op de grond. Een operationeel radarsysteem waarmee vogels op zowel grote- als lage vlieghoogte kunnen worden gedetecteerd met een directe lijn naar de luchtverkeersleiding, zoals in gebruik bij de Koninklijke Luchtmacht, ontbreekt in de opzet van het vliegveld Lelystad Airport. Bovendien ontbreekt in de MER’s een goede risicoschatting van de vliegveiligheid voor de lagere vlieghoogten op, rond en de wijde omtrek van Lelystad Airport.

Gelet op bovenstaande is het niet verantwoord Lelystad Airport uit te breiden, ook omdat er te veel losse eindjes zijn, bepaalde zaken niet zijn onderzocht en garanties ontbreken inzake de vliegveiligheid met betrekking tot mogelijke botsingen van passagiersvliegtuigen met vogels.

Bij een vogelaanvaring is er geen directe hulp in de omgeving; het ziekenhuis in Lelystad is gesloten.

Wij zijn ook benieuwd of u heeft laten onderzoeken of de Raad van Europa het huidige diploma van Europees Natuurreservaat van de Oostvaardersplassen wel kan handhaven met een veel intensiever gebruikte luchthaven zo dicht in de buurt.

Met belangstelling wachten wij op uw spoedige reactie.

Hoogachtend,

Mijndert Ververs

Voorzitter SATL

 

s.